CAO & loon · gecontroleerd 5 oktober 2026

Functie inschalen volgens de CAO: kijk naar het werk, niet naar het visitekaartje.

Een correcte inschaling begint bij de feitelijke werkzaamheden en eindigt bij de juiste schaal, trede en looncel. Voor uitzendkrachten gelden daar bovenop specifieke regels uit de Cao voor Uitzendkrachten.

Kort antwoord: bepaal eerst wat iemand daadwerkelijk doet, vergelijk dit met het functiegebouw of de referentiefuncties van de toepasselijke cao, bepaal de passende schaal en weeg daarna relevante werkervaring mee voor de juiste trede. Pas dan weet je welk bruto loon bij de functie hoort.

Wat betekent een functie inschalen?

Een functie inschalen betekent dat je de inhoud en zwaarte van een functie vertaalt naar een functiegroep of salarisschaal. Daarna bepaal je de trede, periodiek of het functiejaar. De combinatie van schaal en trede koppelt uiteindelijk aan een salaris of bruto uurloon.

Dat klinkt lineair, maar in de praktijk gaat het vaak mis doordat men begint bij een functietitel. “Monteur”, “administratief medewerker” of “operator” zegt op zichzelf te weinig. De cao kan onderscheid maken op zelfstandigheid, complexiteit, verantwoordelijkheid, vakkennis, aansturing, risico of specifieke werkzaamheden.

Stap 1: bepaal welke cao of beloningsregeling geldt

De functie kan pas worden ingeschaald als duidelijk is welk functie- en loongebouw van toepassing is. Controleer daarom de werkingssfeer van de cao en de feitelijke activiteiten van de opdrachtgever. Een SBI-code of bedrijfsnaam is hooguit een aanwijzing, geen sluitend bewijs.

Stap 2: beschrijf de feitelijke werkzaamheden

Leg vast wat de medewerker daadwerkelijk doet. Denk aan terugkerende taken, beslissingsruimte, verantwoordelijkheden, gebruikte technieken, contact met klanten, aansturing van anderen en het vereiste kennisniveau. Hoe concreter de beschrijving, hoe beter die met referentiefuncties kan worden vergeleken.

Bij veel functiehuizen is de inhoud belangrijker dan de titel. Een “voorman” die nauwelijks aanstuurt kan lager uitkomen dan een collega met een andere titel maar meer verantwoordelijkheid. Andersom kan een ogenschijnlijk eenvoudige titel juist zwaarder werk verbergen.

Stap 3: vergelijk met referentiefuncties en niveaubeschrijvingen

Veel cao’s werken met referentiefuncties, functiefamilies of niveaukenmerken. Zoek niet naar één woord dat overeenkomt, maar vergelijk het hele profiel. Let vooral op de onderdelen waarop niveaus van elkaar verschillen.

  • complexiteit van het werk;
  • zelfstandigheid en beslissingsruimte;
  • verantwoordelijkheid voor kwaliteit, veiligheid, geld of processen;
  • kennis- en opleidingsniveau;
  • aansturing of coördinatie;
  • impact van fouten en contactniveau.

Stap 4: bepaal schaal én trede

De schaal zegt welk niveau de functie heeft. De trede bepaalt de plek binnen die schaal. Dat is vooral bij uitzendkrachten belangrijk, omdat artikel 25 van de Cao voor Uitzendkrachten 2026-2028 relevante werkervaring expliciet meeneemt. Een ervaren medewerker mag dus niet automatisch onderaan de schaal worden gezet omdat hij via een uitzendbureau start.

De cao bepaalt bovendien dat de functie van de uitzendkracht bij de opdrachtgever wordt ingeschaald alsof hij rechtstreeks voor die opdrachtgever zou werken. Bij terugkeer of opvolgend werkgeverschap kunnen eerdere inschaling en periodieke ontwikkeling relevant blijven.

Wat als de functie niet in het functieboek staat?

Dan kijk je naar vergelijkbare functies en de algemene niveaukenmerken. Voor uitzendkrachten kent de uitzend-cao daarnaast een aparte route voor niet-indeelbare functies. “Niet gevonden” is dus niet hetzelfde als “vrije loonkeuze”. Eerst moet worden onderzocht of de werkzaamheden toch in het functiegebouw of via een vergelijkbare functie kunnen worden geplaatst.

Veelgemaakte fouten bij functie-inschaling

  • alleen op functietitel zoeken;
  • de laagste trede kiezen zonder werkervaring te beoordelen;
  • een oude loontabel gebruiken;
  • ADV/ATV of sectorale looncomponenten vergeten;
  • de cao van het uitzendbureau verwarren met de beloningsregeling bij de opdrachtgever;
  • een nieuwe plaatsing behandelen alsof eerdere relevante inschaling niet bestaat.
Direct controleren

Van functieomschrijving naar schaal en loon.

Gebruik de gratis CAO Inschaler. Ken je de functienaam niet? Laat de functieontrafelaar de werkzaamheden eerst structureren.

Veelgestelde vragen

Wie bepaalt de inschaling van een uitzendkracht?

De uitzendonderneming stelt de beloning vast op basis van informatie van de opdrachtgever en moet zorgen voor een proces waarmee de juiste beloning wordt vastgesteld. De functie wordt voor de beloning bij de opdrachtgever ingeschaald alsof de uitzendkracht daar rechtstreeks zou werken.

Is ervaring altijd hetzelfde als anciënniteit?

Nee. Cao’s kunnen verschillende regels gebruiken. Bij uitzendkrachten gaat het in artikel 25 om voor de functie relevante werkervaring, waarbij onder meer opleiding, werkervaring en competenties moeten worden betrokken.

Wat als twee functies op elkaar lijken?

Vergelijk de onderscheidende niveaukenmerken. Het zwaarste of meest verantwoordelijke onderdeel kan belangrijk zijn, maar de precieze methode verschilt per cao. Gebruik daarom altijd de indelingsregels van de gekozen cao.

Officiële bronnen